Tarieven en Premies per 1 juli 2006
1. Premiepercentages
| Verzekering |
Werknemers% |
Werkgevers% |
Totaal |
| AOW |
17,90 |
- |
17,90 |
| ANW |
1,25 |
- |
1,25 |
| AWBZ |
12,55 |
- |
12,55 |
| Totaal |
-31,70 |
- |
31,70 |
| WAZ |
- |
- |
- |
| ZW |
- |
- |
- |
| WAO/WIA-basis |
- |
5,40 |
5,40 |
| WAO-gedifferentieerd |
- |
1,10 |
1,10 |
| WW-wachtgeld |
- |
1,75 |
1,75 |
| WW-AWF |
5,20 |
3,45 |
8,65 |
| ZVW inkomstenonafhankelijke bijdrage * |
6,50 |
6,50 |
6,50 |
* Dit is een inkomensafhankelijke bijdrage waartegenover een inhoudingsplichtige vergoeding staat. Verzekerden zonder inhoudingsplichtige vergoeding zijn een inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd van 4,4%.
0,33
2. Daglonen en franchises
| Categorie |
Bedrag |
| Maximum AOW, ANW en AWBZ |
€ 30.632,00 per jaar |
| Maximum premie-inkomensgrens Werknemersverzekeringen (WAO, WW en wachtgeld) |
€ 168,00 per dag |
| ,, |
€ 840,00 per week |
| ,, |
€ 3.360 per 4 weken |
| ,, |
€ 3.654 per maand |
| Maximum premie-inkomensgrens ZVW |
€ 115,00 per dag |
| Franchise WW-AWF |
€ 58,00 per dag |
| Franchise WW-AWF, bij minder dan 19 vakantiebondagen |
€ 61,55 per dag |
| Franchise WW-AWF, bij meer dan 20 vakantiebondagen |
€ 65,57 per dag |
| Maximum uitkeringsdagloon (WW / WAO/WIA) |
€ 170,33 per dag |
3. Overzicht premiebetaaldagen
| Maand |
2006 |
| Januari |
22 |
| Februari |
20 |
| Maart |
23 |
| April |
20 |
| Mei |
23 |
| Juni |
22 |
| Juli |
21 |
| Augustus |
23 |
| September |
21 |
| Oktober |
22 |
| November |
22 |
| December |
21 |
| Totaal |
260 |
4. Premiedifferentiatie WAO
| Parameter |
Bedrag |
| Gemiddelde loonsom |
€ 26.000,00 |
| Grens grote/kleine werkgever |
€ 650.000,00 |
| Gemiddelde premie |
1,10% |
| Maximum premie grote werkgever |
4,40% |
| Percentage gemiddeld risico |
1,67% |
| Rekenpercentage |
0,98% |
| Correctiefactoren individueel werkgeversrisico |
0,59% |
|
Correctiefactoren bij onvolledige periode werkgever
|
| 1 jaar bekend |
12,84 |
| 2 jaar bekend |
3,88 |
| 3 jaar bekend |
2,22 |
| 4 jaar bekend |
1,47 |
5. Zorgverzekeringswet
| Werknemers |
Bedrag |
| Max. premie-inkomensgrens |
€ 30.015,00 per jaar |
6. Bruto minimumloon vanaf 23 jaar
| Leeftijd |
Loon |
| Vanaf 23 jaar, per maand |
€ 1.284,60 |
| Vanaf 23 jaar, per week |
€ 296,45 |
| Vanaf 23 jaar, per dag |
€ 59,29 |
7. Bruto minimumjeugdloon tot 23 jaar
| Leeftijd |
Loon per maand |
Loon per week |
Loon per dag |
% van het minimumloon |
| 22 jaar |
€ 1.091,90 |
€ 252,00 |
€ 50,40 |
85% |
| 21 jaar |
€ 931,35 |
€ 214,95 |
€ 42,99 |
72,5% |
| 20 jaar |
€ 790,05 |
€ 182,30 |
€ 36,46 |
61,5% |
| 19 jaar |
674,40 |
€ 155,65 |
€ 31,13 |
52,5% |
| 18 jaar |
€ 584,50 |
€ 134,90 |
€ 26,98 |
45,5% |
| 17 jaar |
€ 507,40 |
€ 117,10 |
€ 23,42 |
39,5% |
| 16 jaar |
€ 443,20 |
€ 102,30 |
€ 20,46 |
34,5% |
| 15 jaar |
€ 385,40 |
€ 88,95 |
€ 17,79 |
30% |
8. Kinderbijslag (nog niet bekend)
Voor kinderen die op of na 1 januari 1995 geboren zijn, is de hoogte van het kinderbijslagbedrag afhankelijk van de leeftijd.
Voor kinderen die geboren zijn vóór 1 januari 1995 of die na 1 oktober 1994, 6 of 12 jaar worden, bestaat er een overgangsregeling. Deze houdt in dat de hoogte van het kinderbijslagbedrag, naast de leeftijd van het kind, ook nog afhankelijk is van het aantal kinderen in het gezin.
Vanaf 1 juli 2006 gelden in de kinderbijslag de volgende bedragen per kind per kwartaal:
| Gezinnen met |
11 jaar |
12 tot 18 jaa |
| 1 kind |
€ 218,13 |
€ 256,62 |
| 2 kinderen |
€ 246,40 |
€ 289,88 |
| 3 kinderen |
€ 255,82 |
€ 300,96 |
| 4 kinderen |
€ 276,52 |
325,32 |
| 5kinderen |
€ 288,95 |
€ 339,94 |
| 6 kinderen |
€ 297,24 |
€ 349,69 |
Voor kinderen geboren op of na 1 januari 1995 gelden de volgende bedragen:
| 0 - 6 jaar |
€ 179,63 |
| 6 - 12 jaar |
€ 218,13 |
| 12 - 18 jaar |
€ 256,62 |
9. Tarieven tot 65 jaar
| Schijven |
Inkomen |
Premies |
Belasting |
Totaal |
| 1 |
t/m € 17.046 |
31,70% |
2,45% |
34,15% |
| 2 |
€ 17.046 t/m € 30.631 |
31,70% |
9,75% |
41,45% |
| 3 |
€ 30.631 t/m € 52.228
|
|
42,00% |
42,00% |
| 4 |
€ 52.228 of meer |
|
52,00% |
52,00% |
10. Tarieven 65 jaar en ouder
| Schijven |
Inkomen |
Premies |
Belasting |
Totaal |
| 1 |
t/m € 17.046 |
13,80% |
2,45% |
16,25% |
| 2 |
€ 17.046 t/m € 30.631 |
13,80% |
9,75% |
23,55% |
| 3 |
€ 30.631 t/m € 52.228
|
|
42,00%
|
42,00%
|
| 4 |
€ 51.228 of meer |
|
52,00% |
52,00% |
11. Heffingskortingen
| Soort korting |
Bedrag per jaar |
| Algemene heffingskorting (<65 jaar) |
€ 1.990,00 |
| Algemene heffingskorting (>65 jaar) |
€ 948,00 |
| Arbeidskorting maximum |
€ 1.357,00 |
| Ouderenkorting |
€ 374,00 |
| Alleenstaande ouderenkorting |
€ 562,00 |
| Jong-gehandicaptenkorting |
€ 645,00 |
| Kinderkorting inkomen lager dan € 28.521 |
€ 924,00 |
| Kinderkorting inkomen € 28.521 tot € 44.591 |
€ 924,00 tot € 0,00 * |
| Combinatiekorting |
€ 146,00 |
| Alleenstaande ouderkorting |
€ 1.414,00 |
| Aanvullende alleenstaande ouderkorting |
€ 1.414,00 |
* € 924 - 5,75% van het gezamenlijke inkomen minus € 29.521
12. Kilometersvergoeding (maximaal onbelast)
| Vervoermiddel |
Bedrag per Kilometer |
| Auto |
€ 0,19 |
| Fiets |
idem |
| Bromfiets |
idem |
Voor kosten van vervoer kan de werkgever een vrije vergoeding geven van maximaal € 0,19 per kilometer (hierna: € 0,19-normering) over de volledige reisafstand voor alle zakelijke kilometers die de werknemer aflegt. Dit ongeacht het vervoermiddel, auto, motorfiets, fiets, openbaar vervoer, te voet, etc. Hierbij kwalificeren ook de woon-werkkilometers als zakelijke kilometers. Er is dus geen wettelijk onderscheid tussen woon-werkverkeer en andere zakelijke reizen. Als een werknemer meerdere malen per dag reist, kan de werkgever niet in alle gevallen een vrije vergoeding geven van € 0,19 per kilometer. Er moet een zakelijk belang zijn. Ritten om bijvoorbeeld thuis de lunch te gebruiken komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Wanneer een werknemer gebruik maakt van een taxi, boot of luchtvaartuig, kan de werkgever maximaal, binnen de grenzen van de redelijkheid, de werkelijke kosten vrij vergoeden.
13. Privégebruik auto van de zaak
Vanaf 1 januari 2006 behoort de bijtelling voor het privé-gebruik van een auto van de zaak tot het loon. Dit betekent dat u over een bijtelling privé-gebruik auto loonbelasting/premie volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw moet inhouden. De bijtelling privé-gebruik is geen loon voor de werknemersverzekeringen.
De bijtelling voor privé-gebruik is de waarde van het privé-gebruik van een ter beschikking gestelde personen- of bestelauto, verminderd met de eigen bijdrage van uw werknemer voor het privé-gebruik. De waarde van het privé-gebruik is een forfaitair percentage van de catalogusprijs van de auto, inclusief BPM en omzetbelasting. Voor het jaar 2006 is dat 22%. De bijtelling geldt per kalenderjaar.
Per loontijdvak rekent u een tijdsevenredig deel van de waarde van het privé-gebruik tot het loon van uw werknemer. Dit bedrag boekt u in kolom 10 van de loonstaat en vermeldt u in de aangifte loonheffingen. De eigen bijdrage van uw werknemer vermeldt u als negatief bedrag in kolom 10 van de loonstaat en vermeldt u ook in de aangifte loonheffingen.
U mag de bijtelling alleen achterwege laten als uw werknemer niet meer dan 500 kilometer per kalenderjaar privé rijdt. Dit kunt u onder andere op de volgende manieren bewijzen:
- door een sluitende rittenregistratie van uw werknemer die door u is gecontroleerd (deze rittenregistratie behoort tot uw administratie);
- door een schriftelijk verbod van u op privé-gebruik door uw werknemer. U moet daarop voldoende controle uitoefenen en een passende sanctie toepassen als het verbod niet wordt nageleefd;
- door een (collectieve) afspraak met de Belastingdienst over hoe u het privé-gebruik van uw werknemer(s)controleert.
Verklaring geen privé-gebruik van de Belastingdienst
Als uw werknemer de auto niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden gaat gebruiken, kan hij een verklaring aanvragen bij de Belastingdienst. Hij geeft u hiervan een afschrift. Met deze verklaring kunt u de bijtelling achterwege laten. U hoeft dan zelf verder niets te bewijzen.
De Belastingdienst kan bij uw werknemer controleren of de verklaring terecht is afgegeven. Als blijkt dat de verklaring ten onrechte is afgegeven, legt de Belastingdienst een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw op aan uw werknemer. U bent niet verplicht om de nageheven inkomensafhankelijke bijdrage Zvw aan uw werknemer te vergoeden. Als u wist dat de verklaring ten onrechte was aangevraagd, wordt de naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw aan u opgelegd.
De verklaring die u van uw werknemer ontvangt, kan door de Belastingdienst worden ingetrokken. Vanaf dat moment moet u de bijtelling voor het privé-gebruik op de normale manier tot het loon rekenen.
Eindheffing bestelauto's met doorlopend afwisselend gebruik
Als twee of meer werknemers een bestelauto doorlopend afwisselend gebruiken door de aard van het werk, kan het moeilijk zijn om de bijtelling voor privé-gebruik individueel toe te passen. Een voorbeeld is de situatie van een installatiebedrijf waarin de bestelauto op maandag en woensdag wordt gebruikt door werknemer A, op dinsdag door werknemer B en op donderdag en vrijdag door werknemer C. U moet dan eindheffing toepassen op het voordeel van het privé-gebruik. Deze eindheffing is een vast bedrag van € 300 per bestelauto op jaarbasis. Dit bedrag vermeldt u in de aangifte loonheffingen in de rubriek "Eindheffing loon met een bestemmingskarakter"
14. Carpoolregeling
De belastingvrije kilometervergoeding van maximaal € 0,19 geldt ook in geval van carpoolen voor iedere inzittende, tenzij sprake is van vervoer vanwege de werkgever. Zowel de bestuurder, als de meerijders kunnen voorzover geen sprake is van vervoer vanwege de werkgever, de toegestane belastingvrije kilometervergoeding ontvangen. Dit kan desgewenst met toepassing van de praktische regeling per werknemer. Voor de bestuurder die in opdracht van de werkgever met zijn eigen auto collega's meeneemt is er geen sprake van vervoer vanwege de werkgever. Bij carpoolen zijn verschillende situaties denkbaar.
15. Bedrijfsspaarregelingen
| Regeling |
Maximaal bedrag per jaar |
| Spaarloonregeling |
€ 613,00 |
Levensloopregeling
Op 1 januari 2006 wordt de levensloopregeling ingevoerd. Met de levensloopregeling kunnen werknemers sparen om in de toekomst een periode van onbetaald verlof te financieren. De levensloopregeling kan worden gebruikt voor elke vorm van verlof, zoals zorgverlof, sabbatical, ouderschapsverlof en educatief verlof. Werknemers mogen het spaarsaldo ook gebruiken om eerder met pensioen te gaan.
De huidige verlofspaarregeling mag worden omgezet in de levensloopregeling. Een werknemer kan ook sparen bij een beheerder van een beleggingsinstelling. In 2006 kan een werknemer ook nog beslissen dat hij wil deelnemen aan de levensloopregeling, ook al heeft hij in 2006 al gespaard in de spaarloonregeling. De werknemer moet het gespaarde bedrag dan wel eerst naar de werkgever laten terugboeken vóór 1 juli 2006 en als loon door de werkgever laten uitbetalen.
Een werknemer kan de werkgever verzoeken om per kalenderjaar een bedrag van maximaal 12% van zijn loon in te houden. Dit bedrag wordt over gemaakt op een geblokkeerde levenslooprekening van de werknemer.
Als het spaarsaldo aan het begin van het kalenderjaar 210% of meer is van het jaarloon over het voorgaande kalenderjaar, mag een werknemer dat jaar niet langer sparen in zijn levensloopregeling. Het spaarsaldo kan overigens door behaalde rendementen daarna verder boven de 210% uitstijgen. Heeft een werknemer het voorgaande kalenderjaar niet het hele jaar bij u gewerkt, dan mag u het loon herleiden naar jaarloon. Aanspraken die een werknemer nog heeft in een levensloop- of verlofspaarregeling bij voormalige werkgevers, tellen mee bij de bepaling of het maximum van 210% is bereikt.
Is een werknemer op 31 december 2005, 51 jaar of ouder maar nog geen 56 jaar, dan geldt er een speciale regeling. Deze werknemers mogen dan meer sparen dan 12% van het brutoloon. Hierdoor kan in een kortere periode toch een behoorlijk levenslooptegoed worden opgebouwd.
16. Afdrachtkortingen
| Categorie |
Maximaal Bedrag Per werknemer / jaar |
| Lage lonen |
Vervallen |
| Langdurig werklozen |
€ 2.352,00 |
| Onderwijs |
€ 2.500,00 |
| Uitbreiding Onderwijs |
€ 1.500,00 |
| Bij samenloop lage lonen en onderwijs |
Vervallen |
17. Reiskosten
| Soort Vervoer |
Normbedrag voor |
Bedrag |
| Openbaar vervoer |
OV-kaart 2e klasse |
€ 54,00 |
| |
OV-Kaart 1e klasse |
€ 82,00 |
| Fiets |
Verstrekte fiets voor woon-werkverkeer, bijtelling |
€ 68,00 |
| |
Verstrekte fiets voor woon-werkverkeer, catalogusprijs |
€ 749,00 |
| |
Verstrekte fiets voor woon-werkverkeer, waarde |
€ 250,00 |
| |
Samenhangende zaken |
|
| Overige |
Vrije vergoeding per kilometer |
€ 0,19 |
18. Verhoogde arbeidskorting voor oudere werknemers
Met ingang van 1 januari 2006
| Leeftijdscategorie |
Bedrag |
| Op 1 januari van het kalenderjaar 57 jaar |
€ 1.357,00 |
| Op 1 januari van het kalenderjaar 58, 59 of 60 jaar |
€ 1.604,00 |
| Op 1 januari van het kalenderjaar 61 of 62 jaar |
€ 1.849,00 |
| Op 1 januari van het kalenderjaar 63, 64 of 65 jaar |
€ 2.095,00 |
19. Tabellen Loonbelasting en Premie Volksverzekeringen
De tabellen Loonbelasting en Premie Volksverzekeringen worden niet meer in grotere aantallen verstrekt door de Belasting Dienst. De geleidenota Rekenregels, de Mededelingen en de Tabellen Loonbelasting en Premie Volksverzekeringenzijn echter wel digitaal beschikbaar gesteld.
Voor het raadplegen van deze documenten moet u op de betreffende link klikken en moet u wel de beschikking hebben over Adobe Acrobat Reader.
Print de tabellen alleen uit indien strikt noodzakelijk.
20. Loontijdvakbedragen maximumpremieloon,franchise en maximumbijdrageloon
| |
Dag |
Week |
4-weken |
Maand |
Kwartaal |
Jaar |
| Maximumpremieloon werknemersverzekeringen |
€ 168,00 |
€ 840,00
|
€ 3.360,00 |
€ 3.654,00 |
€ 10.962,00 |
€43.848,00 |
| Franchise premie WW-Awf |
€ 58,00 |
€ 290,00 |
€ 1.160,00 |
€ 1.261,50 |
€ 3.784,50 |
€ 15.138,00 |
| Maximumbijdrageloon Zvw |
€ 115,00 |
€ 575,00 |
€ 2.300,00 |
€ 2.501,25 |
€ 7.503,75 |
€ 30.015,00 |
21. Loonbelastingverklaring
Het model van de loonbelastingverklaring is gewijzigd door opname van de rubriek "Land en regio". Deze rubriek moet de werknemer alleen invullen als hij in het buitenland woont. Vanaf 1 januari 2006 moet de werkgever daarom voor deze werknemer het nieuwe model gebruiken. In de overige gevallen mag de werkgever ook het huidige model gebruiken. De tekst van de toelichting op het onderdeel:"Als u deze verklaring niet invult" is gewijzigd. De tekst luidt met ingang van 2006: "Vult u de loonbelastingverklaring niet in, dan is uw werkgever of uitkeringsinstantie verplicht 52% loonbelasting/premie volksverzekeringen in te houden (het hoogste belastingtarief). Bij de berekening van premies werknemersverzekeringen wordt geen rekening gehouden met de franchise en het maximumpremieloon en bij de berekening van de bijdrage Zorgverzekeringswet wordt geen rekening gehouden met het tijdvakmaximum. Hetzelfde geldt als u niet uw juiste naam, adres en/of woonplaats invult, of als u zich niet identificeert".
Het nieuwe model van de loonbelastingverklaring is te downloaden via:
www.belastingdienst.nl/zakelijk/loonbelasting/nieuw2006/
22. Loonheffingennummer
Door de gecombineerde heffing heeft de werkgever vanaf 1 januari 2006 geen loonbelastingnummer meer, maar een loonheffingennummer. De Belastingdienst heeft alle werkgevers hierover een brief gestuurd. In principe behoudt de werkgever hetzelfde nummer. Het gaat dus voor de meeste werkgevers alleen om een naamswijziging van loonbelastingnummer naar loonheffingennummer. De werkgever moet het loonheffingennummer gebruiken bij het doen van aangifte en bij andere contacten met de Belastingdienst. Het aansluitingsnummer van de werkgever bij UWV vervalt en wordt vervangen door het loonheffingennummer. Als een werkgever nu alleen een aansluitingsnummer bij UWV heeft, dan krijgt de werkgever een loonheffingennummer.
23. Geschenken en verstrekkingen aan anderen dan uw werknemers
Werkgever mag de verschuldigde inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor zijn rekening nemen voor geschenken aan zakelijke relaties die de werkgever ook aan zijn werknemers geeft. De werkgever moet daarover eindheffing afdragen. De relaties van de werkgever hoeven over de geschenken dan verder geen belasting meer te betalen.
Vanaf 1 januari 2006 past de werkgever bij deze geschenken aan zakelijke relaties een tarief toe van 45% als de waarde van het geschenk of de verstrekking niet meer is dan € 136. Als de waarde meer is dan € 136, past de werkgever over de gehele waarde een tarief toe van 75%. De waarde in het economische verkeer van deze geschenken mag per persoon maximaal € 272 per jaar zijn. Vanaf 1 januari 2006 mag de werkgever deze eindheffing ook toepassen over de waarde in het economische verkeer van goederen of diensten in de promotionele sfeer en over de waarde van bonussen in de vorm van spaarpunten (papier of elektronisch). De maximumwaarde van € 272 per jaar geldt hierbij niet. De waarde van de spaarpunten is de gewogen gemiddelde waarde in het economische verkeer van de goederen of diensten die tegen inlevering van de spaarpunten worden verstrekt. Voor alle geschenken, spaarpunten en dergelijke geldt dat de werkgever aan de ontvanger van het geschenk of de verstrekking moet meedelen dat hij eindheffing toepast. De werkgever kan ook een bepaling in zijn algemene voorwaarden opnemen dat over deze geschenken en verstrekkingen eindheffing wordt toegepast. Werkgever moet daarnaast vastleggen wie de ontvanger van het geschenk of de verstrekking is. Als deze voorwaarden nog wijzigen, ontvangt werkgever nadere informatie van de Belastingdienst.
Let op!
De eindheffing mag ook worden toegepast als de ontvanger van het geschenk of de verstrekking geen natuurlijk persoon is, maar bijvoorbeeld een B.V.
24. Pensioenregelingen
Alle pensioenregelingen moeten vanaf 1 januari 2006 voldoen aan de fiscale kaders zoals deze gelden na de invoering van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Wet VPL). Het uitgangspunt van deze wet is dat een werknemer pas op 65-jarige leeftijd stopt met werken. Als u de pensioenregelingen per 1 januari 2006 nog niet heeft aangepast, valt u in 2006 onder een nieuwe overgangsregeling. U moet dan 52% eindheffing betalen over het verschil tussen de premie die u op dat moment betaalt en de premie die u zou betalen als u de pensioenregeling had aangepast. De Belastingdienst heeft alle werkgevers hierover in oktober 2005 een brief toegezonden.
Op www.belastingdienst.nl vindt u meer informatie over deze nieuwe overgangsregeling. U kunt daar met een eenvoudige rekenhulp ook berekenen of u eindheffing moet betalen. Of raadpleeg uw pensioenadviseur of pensioenuitvoerder.
Verklaring pensioenregeling
De Belastingdienst heeft medio december 2005 een formulier opgestuurd naar werkgevers waarmee zij verklaren dat de pensioenregeling(en) voor hun werknemers op 1 januari 2006 voldoet aan de fiscale kaders die in 2006 voor pensioenregelingen gelden.
U stuurt het formulier ook terug als de pensioenregeling(en) nog niet zijn aangepast, maar u hoeft geen eindheffing te betalen. Dat kan als u in 2006 niet meer pensioenpremie betaalt dan u voor een aangepaste regeling zou betalen. Als u de verklaring terugstuurt, zal de Belastingdienst uw pensioenregeling in 2006 niet controleren.
U stuurt het formulier niet terug als de pensioenregeling(en) nog niet zijn aangepast en u eindheffing moet betalen. Deze eindheffing boekt u dan op de aangifte loonheffingen in de rubriek "Eindheffing VUT- en pensioenregelingen". De Belastingdienst controleert in 2006 bij werkgevers die geen verklaring hebben ingediend, of de eindheffing juist is toegepast.
|