Bestelauto's
Ook bestelauto is een auto van de zaak
Ook een bestelauto valt onder de autokostenfictie. Rijdt een servicemonteur dus in een bestelauto van de zaak dan geldt er volgens de hoofdregel ook voor deze werknemer een bijtelling. Om aan te tonen dat een bestelauto niet voor privé wordt gebruikt geeft de Wet meer mogelijkheden. De volgende bestelauto’s zijn van bijtelling uitgesloten:
- de bestelauto die naar aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt blijkt te zijn voor het vervoer van goederen;
- de bestelauto die buiten werktijd niet voor privé gebruikt kan worden;
- de bestelauto waarvoor een verbod op privé-gebruik geldt.
Het blijkt in de praktijk lastig om aan voorwaarde 1 te voldoen. Veel werkgevers kiezen dan ook voor optie 2 of 3 of een combinatie. Ook hier gelden vanzelfsprekend voorwaarden. Een verbod op privé-gebruik moet schriftelijk worden vastgelegd, door de werkgever worden gecontroleerd en er moet een passende sanctie worden opgelegd door de werkgever als het verbod wordt overtreden. Wilt u als werkgever aantonen dat de bestelauto niet voor privé gebruikt kan worden ook dan moet u actie ondernemen. De auto moet ’s avonds en in het weekend achter een hek worden gestald en u moet als werkgever controleren dat dit ook gebeurt. Wilt u op een van beide manieren aantonen dat de bestelauto niet voor privé wordt gebruikt is het raadzaam de procedure met uw lokale inspecteur af te stemmen. Vanzelfsprekend is het ook mogelijk dat de werknemer die een bestelauto van de zaak heeft een 'verklaring geen privé-gebruik' bij de Belastingdienst aanvraagt. Voor bestelauto’s die vanwege de aard van het werk doorlopend wisselend worden gebruikt door meerdere werknemers kunt u het privé-voordeel afkopen door middel van een eindheffing van € 300 per auto per jaar.
|